Van verdieping naar verbreding: hoe het Erasmus MC zijn minoren volledig vernieuwde

Studenten Erasmus MC

Sinds eind augustus 2026 draait op het Erasmus MC een nieuwe generatie minoren: negen programma's van dertig studiepunten, waarin geneeskundestudenten samen met studenten van andere faculteiten en disciplines werken aan brede, maatschappelijk relevante vraagstukken. Het is het resultaat van een meerjarig traject waarin niet alleen nieuwe onderwijsinhoud is ontwikkeld, maar ook de rol van de docent, de manier van toetsen en de organisatie eromheen fundamenteel zijn veranderd. Minorcoördinator Gert Jansen en Tanja van Kempen, coördinator docentprofessionalisering, zetten dit traject samen op, met ondersteuning van Risbo. Ze blikken terug op hoe het verliep.

Een lang gekoesterde wens

Het verhaal begint niet in 2026, maar enkele jaren eerder, toen het Erasmus MC haar inhoudelijke visie en ambitie voor 2030 formuleerde: als ziekenhuis maatschappelijk breed van betekenis zijn, en daarnaast artsen opleiden die niet alleen klinisch vaardig zijn, maar ook maatschappelijk betrokken en academisch en technologisch onderlegd. Het nieuwe geneeskundecurriculum, dat sinds 2023 wordt uitgerold, legt daartoe niet alleen nadruk op de academische vorming van de arts, maar ook expliciet op de technologische en sociaal-maatschappelijke componenten van het vak. Die verschuiving moest ook terugkomen in het minoraanbod, dat tot dan toe vooral uit verdiepende minoren van 15 studiepunten bestond. 

Vanuit de Leiden-Delft-Erasmus-samenwerking (LDE) groeide de wens om de minorperiode te verlengen van 15 naar 30 studiepunten, en studenten te stimuleren een verbredende minor te volgen buiten hun eigen vakgebied of faculteit, of zelfs buiten Nederland. Interdisciplinariteit en transdisciplinariteit werden daarbij het uitgangspunt: waar multidisciplinair samenwerken betekent dat verschillende experts ieder vanuit hun eigen vakgebied aan een probleem werken, gaat interdisciplinair samenwerken een stap verder: met gedeelde vraagstukken als vertrekpunt samen tot oplossingen komen. Transdisciplinair werken betrekt daarnaast, vanaf het begin, ook belanghebbenden van buiten de wetenschap, zoals patiënten, gemeenten of maatschappelijke partners. 

Gert Jansen
Erasmus MC/Gert Jansen

Ontwikkelproces

Begin 2023 kreeg Gert de opdracht om een project te starten voor de ontwikkeling van deze nieuwe, verbredende minoren. “Het project begon met het opzetten van een goede projectorganisatie en een stevig selectietraject, samen met projectmanager Mariëlle Went en onderwijskundige Marit Wijnen. We hebben alle geïnteresseerde docenten en de toenmalige teams uitgenodigd om, op basis van nieuwe criteria, plannen in te dienen voor een verbredende minor van dertig studiepunten. Deze voorstellen werden vervolgens samen met een aantal opleidingsdirecties en studenten beoordeeld, waarna uiteindelijk tien nieuwe minoren werden geselecteerd.” 

Een nieuwe rol van docenten

Daarna begon het eigenlijke ontwikkelwerk pas echt. Het Erasmus MC wilde niet alleen andere inhoud, maar ook een andere onderwijsvorm: van kennisgedreven onderwijs naar competentiegericht onderwijs, gericht op vaardigheden als kritisch denken, samenwerken en interprofessionele communicatie. Tanja vertelt dat dat ook een overgang was: “Voor sommige collega’s, die in de bestaande minoren al enigszins die kant op bewogen, was dat een kleine stap. Voor anderen betekende het echt een fundamentele omslag in de manier van lesgeven en toetsen, en in de manier waarop het hele programma over tien of twintig weken wordt opgebouwd. Dat was dus best wennen.”

Tanja van Kempen
Erasmus MC/Tanja van Kempen

“Docenten moeten hierin duidelijk een andere rol aannemen en veel meer coachend lesgeven,” licht ze verder toe: “Dus in plaats van als inhoudsexpert kennis over te dragen aan een groep, moeten zij studenten begeleiden in een proces waarin de student zelf op zoek gaat naar kennis en zelf verantwoordelijkheid draagt voor zijn of haar competentieontwikkeling.” “Soms voelt zo'n project van vijftien, twintig weken in het begin heel onzeker voor de student, en ben je als docent misschien geneigd om snel antwoorden te geven of ze de juiste richting in te duwen," vult Gert aan. "Maar je moet dus een beetje comfortabel raken met het feit dat dit een proces is waar de student doorheen moet." 

De rol van Risbo: van visie tot toetsvorm

Omdat de eigen onderwijskundige capaciteit van het Erasmus MC grotendeels werd ingezet voor de vernieuwing van het geneeskundecurriculum zelf, was er behoefte aan externe ondersteuning. Dat was niet alleen een capaciteitsvraagstuk: de gevraagde onderwijsvorm was zo wezenlijk anders dat de docententeams gespecialiseerde begeleiding nodig hadden bij het formuleren van hun onderwijsvisie en bij de vertaling daarvan naar een samenhangend programma.

Risbo begeleidde de tien docententeams onderwijskundig: samen met elk team werd gewerkt aan een gezamenlijke visie en de opbouw van het minorprogramma volgens de principes van constructive alignment (de afstemming tussen leerdoelen, onderwijsvormen en toetsing). Ook organiseerde Risbo een gezamenlijke werksessies en masterclasses over transdisciplinair werken, toetsing en stakeholdermanagement. “Wat ik prettig vond aan de samenwerking met Risbo was dat ze heel duidelijk hun rol bewaakten. Dus ze namen het organiseren niet over, maar legden de verantwoordelijkheid steeds weer terug bij de docententeams zelf, ook als dat betekende dat niet alles op tijd klaar was. Tegelijkertijd hebben ze per team maatwerk geleverd en bijgestuurd waar dat nodig was, mede dankzij hun ervaring met vergelijkbare onderwijsontwikkeltrajecten,” blikt Gert terug.

Toetsing in een competentiegericht programma

De omslag naar competentiegericht onderwijs had ook grote gevolgen voor de toetsing. In plaats van een klassieke summatieve eindtoets werken de nieuwe minoren met formatieve, tussentijdse toetsmomenten en deelproducten die studenten gedurende het traject inleveren. Vaak mondt een minor uit in een concreet eindproduct: bij de minor Toxicologie werken studenten bijvoorbeeld aan een informatiemagazine, bij andere minoren aan een 'explainer', video of vodcast - steeds een combinatie van tussentijdse processtappen en een eindproduct dat creativiteit vraagt, maar ook academisch onderbouwd moet zijn. De minoren gebruiken Canvas voor alle stappen: hier leveren studenten werk in, krijgen ze feedback en worden ze uiteindelijk ook beoordeeld. 

Patricia Eikemans-Verwer
Erasmus MC/Patricia Eikemans-Verwer

Het komt goed

Patricia Eikemans-Verwer is internist bij het Erasmus MC en minorcoördinator van de nieuwe minor Feiten boven fabels: over gezondheid, hypes en wetenschap. Eerder coördineerde ze een verdiepende minor. Voor de ontwikkeling werkte ze samen met Mandy den Hollander en Sandra Lousberg van Risbo, die hielpen om de minor helemaal ‘from scratch’ op te bouwen: vanuit het gesprek over visie, doelen en competenties. Dat voelde in het begin vaag en overweldigend: "We hadden allemaal wel veel expertise én onderwijservaring, maar niet zozeer in onderwijsontwikkeling buiten ons eigen vakgebied. Dus hoe doe je dat?! Sandra bleef maar herhalen: het komt goed, het komt goed.” Die motivatie was hard nodig, en de kaders die Risbo daarvoor schiep maakten volgens Patricia het verschil. Het omslagpunt kwam met het vullen van het storyboard, waarin week voor week en les voor les werden ingevuld: "Dat was het moment dat we ons lekker gingen voelen en dat dingen op hun plek vielen." 

"Een belangrijk leerpunt (...) was het besef dat je eigenlijk niet toetst op inhoud, maar op proces. Het gaat dus niet zozeer over de inhoud van een eindproduct, maar over de weg en ontwikkeling daarnaartoe."

Patricia geeft zelf veel les binnen de minor en moest dus ook als docent meegroeien in de nieuwe manier van werken: “Ik zag echt als een berg op tegen de multidisciplinariteit. Ik wist wat een derdejaars geneeskundestudent kan en weet, maar van een derdejaars bedrijfskunde of economie bijvoorbeeld had ik echt geen idee. Dat gaf veel onrust." Tijdens het Seniorkwalificatie Onderwijs-traject (SKO) dat ze parallel volgde aan de minorontwikkeling, kreeg ze een belangrijk inzicht. “Een belangrijk leerpunt in die eerste fase van de SKO was het besef dat je eigenlijk niet toetst op inhoud, maar op proces. Het gaat dus niet zozeer over de inhoud van een eindproduct, maar over de weg en ontwikkeling daarnaartoe.” Het gaf haar het vertrouwen dat het goed zou komen, en dat vertrouwen gaf ze op haar beurt door aan medecoördinatoren. Want, zoals ze het zelf samenvat: het was echt een hele opgave die ze hebben aangepakt en volbracht.

Tot slot

De nieuwe minoren van het Erasmus MC zijn inmiddels van start en de eerste geluiden vanuit docenten en studenten zijn positief. Op de langere termijn zien Gert en Tanja ruimte voor verdere uitwisseling met andere universiteiten en zelfs het hbo, al is dat voorlopig toekomstmuziek. Meer informatie over de afzonderlijke minoren is te vinden via de minorenpagina van het Erasmus MC.

Tekst: Hanna van Impelen-Emmering

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen