Het is maar in wat voor gezin je geboren bentů

24 mei 2011
Auteurs: Rick Wolff, Sara Rezai, Sabine Severiens Dit onderzoek richt zich enerzijds op het effect van het opleidingsniveau van ouders en anderzijds op het effect van etnische afkomst op studiesucces. Om hier inzicht in te verkrijgen is literatuuronderzoek verricht, zijn er secundaire analyses gedaan op databestanden uit drie eerdere Risbo-onderzoeken, en zijn diepte interviews gedaan met 28 studenten (verdeeld naar etnische herkomst en opleidingsniveau ouders). Uit het internationale literatuuronderzoek komt naar voren dat etnische afkomst van meer invloed lijkt te zijn op studiesucces dan het opleidingsniveau van ouders. In de onderzoeken waarbij beide factoren in de analyses meegenomen zijn, zien we dat etnische afkomst een rol speelt bij studiesucces wanneer gecontroleerd wordt voor opleidingsniveau ouders, terwijl lang niet binnen alle etnische groepen het opleidingsniveau van ouders een rol speelt bij studiesucces. De analyse van de secundaire bestanden laat effecten zien van etnische achtergrond op studievoortgang, maar geen effecten van het opleidingsniveau van ouders op studievoortgang.. Daarnaast wijzen de analyses in de richting dat allochtone studenten zich minder thuis voelen op de opleiding dan autochtone studenten en dat deze verschillen er mogelijk ook zijn, maar in wat mindere mate, tussen studenten met lager en met hoger opgeleide ouders. Echter, de gevonden verschillen zijn (erg) klein en uitspraken zijn daarom indicatief. Het kwalitatieve onderzoek toont dat het fundament voor studiesucces bij iedere groep specifieke elementen bevat. Bij autochtone studenten met hoger opgeleide ouders hangt dit samen met a) ouders die hun kinderen het beste voorbereiden op het hoger onderwijs en hun kinderen tijdens de studie op het inhoudelijke, mentale en praktische vlak kunnen ondersteunen en b) een sterke integratie in de leeromgeving (zij zitten 'op hun plek'). Het studiesucces van autochtone eerste generatiestudenten hangt samen met a) ondersteuning van ouders bij het studiekeuzeproces (echter minder inhoudelijk als bij de autochtone studenten met hoger opgeleide ouders) en praktische en mentale ondersteuning van ouders tijdens de studie b) een sociaal netwerk zowel binnen als buiten de opleiding dat hen bij de studie kan helpen en c) een sterke mate van doorzettingsvermogen. Niet-westers allochtone eerste generatiestudenten kunnen succesvol zijn wanneer a) zij opgegroeid zijn met het idee het beste uit zichzelf te halen, b) hun ouders hen hebben gewezen op de kansen van het Nederlandse onderwijssysteem (waardoor deze niet als vanzelfsprekend maar als echte kans worden beschouwd), c) zij over veel doorzettingsvermogen beschikken en d) zij een ondersteunend sociaal netwerk hebben zowel binnen als buiten de opleiding. De belangrijkste factoren voor het studiesucces van niet-westers allochtone studenten met hoger opgeleide ouders zijn a) een thuismilieu waarin studeren vanzelfsprekend is b) de van huis uit meegekregen boodschap dat de kansen die het Nederlands onderwijs biedt niet vanzelfsprekend zijn en gegrepen moeten worden en c) de studiekeuzemotivatie, die voornamelijk intrinsiek van aard is. Onder niet-westers allochtone informanten komen de meeste elementen voor die studiesucces in de weg zouden kunnen staan. Eerste generatie informanten ontvangen de minste inhoudelijke ondersteuning van ouders zowel in het voortraject (studiekeuze) als tijdens de studie. Bij een aantal eerste generatie meisjes speelt eveneens een rol dat zij in hun thuismilieu te maken hebben met traditionele opvattingen omtrent de rol van man en vrouw. Bij een aantal studenten met hoger opgeleide ouders ontbreekt inhoudelijke ondersteuning omdat ouders het idee hebben dat zij te weinig weten over de Nederlandse (onderwijs)situatie. Studenten met hoger opgeleide ouders komen vaak ook uit gemeenschappen met een hoog onderwijsethos waardoor er grote druk ligt op onderwijsprestaties. De overgang naar het hoger onderwijs verloopt voor niet-westers allochtone informanten ook wat moeilijker en het gevoel 'anders' te zijn dan doorsnee autochtone studenten kan een goede integratie op de opleiding belemmeren. U kunt het rapport hier downloaden.
Delen:    

SGS ISO 9001 - Het werk van Risbo voldoet aan de ISO 9001 normering.
 
kwaliteitszorg consultancy geluk risicojongeren training onderwijsinnovatie Hogeschool Rotterdam dagboek studiesucces Erasmus Universiteit diversiteit meetinstrument tentamen evaluatie research UTQ toetsing Erasmus+
 
Tel 010 408 21 24
Fax 010 408 11 41
Email info@risbo.eur.nl
Burgemeester Oudlaan 50
3062 PA Rotterdam
\"Volg twitter.com/risbo_news

Risbo Privacy Statement