Dalend vertrouwen in de overheid en toenemende onvrede met het overheidsbeleid na 1 jaar pandemie.

29 april 2021 Dalend vertrouwen in de overheid en toenemende onvrede met het overheidsbeleid na 1 jaar pandemie.
In maart 2021 is het een jaar geleden dat de eerste maatregelen tegen het COVID-19 virus werden afgekondigd. In dat jaar is het vertrouwen in overheid, RIVM en GGD duidelijk afgenomen en is de onvrede met het overheidsbeleid toegenomen. Mensen met weinig vertrouwen in de overheid en die moeilijk kunnen rondkomen zijn minder bereid zich te laten vaccineren. Ook het gevoel van uitzichtloosheid is verder toegenomen: bijna de helft van de mensen heeft ‘het gevoel niets te hebben om naar uit te kijken’. Nederland wacht vol ongeduld op het einde van de pandemie zonder alle beperkende regels die het afgelopen jaar zijn opgelegd.

Dit beeld komt naar voren uit lopend onderzoek naar de maatschappelijke impact van de pandemie en de veranderingen daarin in de periode april 2020 – maart 2021 door de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam, en de Haagse Hogeschool onder leiding van Prof. Godfried Engbersen. Deze vierde landelijke meting met 24.227 respondenten is gedaan in maart 2021 en bekijkt ook de situatie in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. De eerste drie metingen van dit onderzoek vonden plaats in april, juli en november 2020.

Afnemend vertrouwen in overheid, RIVM en GGD
Inmiddels heeft minder dan de helft van de ondervraagden (veel) vertrouwen in de landelijke en lokale overheid – in maart 2020 was dat nog 60 tot 70 procent. Ook het vertrouwen in gezondheidsinstanties RIVM en GGD is het afgelopen jaar sterk afgenomen. Mensen met een hogere opleiding, een hoger inkomen en die makkelijker kunnen rondkomen hebben meer institutioneel vertrouwen (in overheid, RIVM en GGD) dan mensen met een meer kwetsbare maatschappelijke positie. Ook hebben mensen die zichzelf in het midden van het politieke spectrum plaatsen meer institutioneel vertrouwen dan degenen die zich aan de uiteinden van het politieke spectrum plaatsen.

Vaccinatiebereidheid is geringer bij lager opgeleiden en lage inkomensgroepen
Het overgrote deel van de ondervraagden, zo’n 85 procent, wenst gevaccineerd te worden. Landelijk is 15 procent niet bereid gevaccineerd te worden. In Amsterdam en Den Haag liggen deze aandelen iets lager, in Rotterdam iets hoger (rond 20 procent). Vaccinatiebereid hangt sterk samen met institutioneel vertrouwen en met de maatschappelijke positie van mensen. Mensen met weinig vertrouwen en die (zeer) moeilijk kunnen rondkomen zijn minder bereid zich te laten vaccineren.

Dit geldt ook in Rotterdam. Mensen met een lager opleidingsniveau en lager inkomen zijn minder bereid zich te vaccineren. Hetzelfde geldt voor mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond (ook nadat in de analyse gecontroleerd is voor verschillen in opleidings- en inkomensniveau) en bewoners van de minder welgestelde wijken in Rotterdam-Zuid. (zie ook de uitgebreide working paper)

Groeiende onvrede met het coronabeleid
Tegelijk groeit de onvrede met het gevoerde coronabeleid. Een kwart van de respondenten zegt dat de overheid ‘onvoldoende doet voor mensen zoals ik’ en dat de overheid en de media ‘het gevaar van de coronacrisis overdrijven’. Bijna de helft van de respondenten meent dat de regering ‘onvoldoende rekening houdt met de economische en sociale gevolgen van de pandemie’. Ook deze onvrede leeft sterker bij groepen met een kwetsbare maatschappelijke positie (lagere opleiding, lager inkomen) dan wel bij personen die harder door de economische en sociale gevolgen van de pandemie worden geraakt (jongeren, zelfstandigen). Daarnaast leeft deze onvrede zeer sterk bij personen die zichzelf als ‘rechts’ en ‘conservatief’ zien en aanhangers van de rechtervleugel van de Nederlandse politiek. Opmerkelijk is dat de aanhangers van Forum voor Democratie (FVD) bijna maximaal kritisch zijn over het gevoerde coronabeleid.

Minder angst voor baanverlies en faillissement bedrijf
De angst voor baan- en inkomensverlies ligt in maart 2021 lager dan in november vorig jaar. Ook ondernemers vrezen minder vaak dat hun bedrijf failliet zal gaan. Ook in de grote steden is de verminderde economische onzekerheid terug te zien. In Amsterdam en Rotterdam ligt het aandeel ondernemers dat faillissement vreest nog wel hoger dan het landelijke gemiddelde: rond de 45 procent. In Amsterdam en Rotterdam is één op de vier mensen in loondienst bang hun baan te verliezen door corona. Landelijk en in Den Haag ligt dit lager: ongeveer één op de vijf mensen.

Gevoel van uitzichtloosheid verder toegenomen
Ook in de vorige rapporten bleek dat de pandemie bij veel Nederlanders gevoelens van angst en stress veroorzaakt. Ook in maart 2021 is de negatieve emotionele impact van de crisis verder toegenomen. Gevoelens van lichtgeraaktheid, spanning en uitzichtloosheid zijn sinds november verder gestegen. Een jaar lang beperkende maatregelen eisen bij velen hun tol. In november was er ten opzichte van de zomer een opvallende stijging in het gevoel van uitzichtloosheid. Deze stijging heeft zich in het nieuwe jaar doorgezet: bijna de helft van de respondenten heeft ‘het gevoel niets te hebben om naar uit te kijken’. Wel zien nu minder respondenten het virus als een bedreiging voor zichzelf en voor hun familie dan in november 2020.

Blijvende bereidheid om elkaar te helpen en de buurt
Sinds het begin van de crisis is de bereidheid om elkaar te helpen groot. In tegenstelling tot de verwachting is dit het afgelopen jaar niet gedaald. Drie op de tien respondenten zegt nu familieleden te ondersteunen. Landelijk geeft 15 procent van de ondervraagden hulp aan vrienden. In de drie steden, vooral in Rotterdam, ligt dit percentage hoger. Eén op de tien respondenten ondersteunt de buren. In Rotterdam is de bereidheid om buren te helpen wat groter. Eveneens één op de tien respondenten vindt dat de buurtrelaties sinds corona zijn verbeterd, evenveel als in november maar minder dan in het begin van de pandemie. Sinds de corona-uitbraak is de overlast van buren en op straat beperkt toegenomen, landelijk ziet één op de tien respondenten een toename van de overlast – in de drie steden iets meer. Vergeleken met november is de overlast op straat landelijk iets en in de drie grote steden sterk afgenomen. Dit is mogelijk een effect van de invoering van de avondklok.

Regels volgen? Een jaar lang contacten mijden blijkt moeilijk
Voor het overgrote deel van de respondenten zijn de hygiënemaatregelen van het RIVM (afstand houden, handen wassen, etc.) nog steeds de norm, al is wel een lichte daling te zien bij elk van deze maatregelen. Het beperken van sociale contacten is na een jaar leven met COVID-19 moeilijker dan in april 2020 toen de maatregelen voor het eerst waren ingevoerd. De mate waarin mensen sociale afstand bewaren verschilt in maart 2021 nauwelijks van november vorig jaar. Wel zijn er verschillen tussen de drie grote steden. In Rotterdam werken minder mensen thuis in vergelijking met Den Haag en Amsterdam. Amsterdammers mijden de buitenruimte van parken en speelplaatsen minder dan bewoners van de andere steden.

Over het onderzoeksproject
Het rapport De ongeduldige samenleving De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland brengt veranderingen in de maatschappelijk impact van COVID-19 in de periode april 2020-maart 2021 in kaart. Daarbij is aandacht besteed aan gevolgen voor werk en inkomen; mentaal welbevinden; solidariteit en onderlinge hulp; sociale verhoudingen in de buurt; het navolgen van regels; en vertrouwen en polarisatie. Daarbij is gekeken naar verschillen tussen steden en groepen mensen. Het onderzoek is tot stand gekomen onder leiding van socioloog prof. dr. Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met politicoloog dr. André Krouwel van de Vrije Universiteit Amsterdam, dr. Katja Rusinovic van De Haagse Hogeschool, en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De dataverzameling door Kieskompas heeft in november plaatsgevonden. Het onderzoek is mogelijk gemaakt door een subsidie van onderzoeksprogramma COVID-19 van ZonMw.
Delen:    

SGS ISO 9001 - Het werk van Risbo voldoet aan de ISO 9001 normering.
 
Erasmus Universiteit onderwijsinnovatie dagboek consultancy diversiteit research UTQ evaluatie training Erasmus+ Hogeschool Rotterdam meetinstrument kwaliteitszorg risicojongeren studiesucces geluk tentamen toetsing
 
Tel 010 408 21 24
Fax 010 408 11 41
Email info@risbo.eur.nl
Burgemeester Oudlaan 50
3062 PA Rotterdam
\"Volg twitter.com/risbo_news

Risbo Privacy Statement