Samenvatting
In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van een literatuuronderzoek over islamitische en extreem-rechtse radicalisering in Nederland. Deze twee vormen van radicalisering worden door de overheid momenteel als het meest bedreigend beschouwt. Het doel van de studie is een vergelijkend overzicht te bieden van de belangrijkste inzichten uit de literatuur, en op basis hiervan zowel aanknopingspunten te bieden voor te voeren beleid op dit terrein als aan te geven hoe niet of onvolledig beantwoorde onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord in vervolgonderzoek.
De radicale islam manifesteert zich in Nederland vooral in de vorm van het salafisme. Extreem-rechts is daarentegen verdeeld, waarbij de meest scherpe scheidslijnen lopen tussen de rechts-extremistische of neonazistische formaties enerzijds en de meer gematigde formaties anderzijds. De ideologieën van extreem-rechts en van het salafisme zijn verschillend, maar op een hoger abstractieniveau zijn er overeenkomsten wat betreft de radicale elementen, zoals superioriteitsgevoelens en het wantrouwen tegenover de overheid. In hun kritiek zijn beide op te vatten als tegenbewegingen, die zich afzetten tegen het in Nederland breed gedragen progressieve, tolerante gedachtegoed. Beide bewegingen vormen geen eenheid, maar zijn verdeeld in stromingen. De meest radicale vormen betreffen neonazistische en jihadistisch-salafistische stromingen. Zij achten gewelddadige actie legitiem om hun doelen te realiseren.
Mensen die worden aangetrokken door een van de twee bewegingen, en vooral door de meer radicale stromingen, vertonen veel overeenkomsten: vooral jongeren zijn actief in de meer radicale netwerken, met een oververtegenwoordiging van jongens bij extreem-rechts. Opvallend is verder dat vooral Marokkaans-Nederlandse jongeren goed vertegenwoordigd zijn binnen het salafisme.
Netwerken van vrienden en verwanten spelen vaak een belangrijke rol bij het eerste contact of oprichting van een groepje, terwijl ook bepaalde locaties een rol spelen, zoals internet en de moskee. Wat betreft de rol van internet is een een duidelijk verschil; de salafistische websites trekken een breder publiek dan de extreem-rechtse webfora.
Het literatuuronderzoek is op vele kennislacunes gestuit. Met name de kennis over de extremistische formaties binnen beide bewegingen en over radicaliseringsprocessen is beperkt. Het advies is onderzoek op te zetten rond een een zestal onderzoekslijnen . Het betreft vervolgonderzoek naar actuele ontwikkelingen en grensgevallen, de relatie tussen levensfasen en radicalisering, de rol van ouders als opvoeders, de samenhang van radicalisering met andere jongerenproblemen, de rol van internet bij radicalisering, en een aantal vormen van vergelijkend onderzoek.
Het rapport is terug te vinden op de websites van het WODC en van de Nationale Coördinator terrorismebestrijding (NCTb).
Het rapport downloaden
Website WODC
Website NCTb
Overige nieuwsberichten
22 april 2013
Woensdagmiddaglezing Meer Leertijd
Lees verder...
18 april 2013
JORP: Een toekomstbestendige aanpak?!
Lees verder...
11 april 2013
Inzicht in wijkgericht werken
Lees verder...
19 maart 2013
Slotbijeenkomst Talent (h)erkend
Lees verder...
12 februari 2013
Dr. Gerard Baars is benoemd tot directeur Risbo
Lees verder...
7 januari 2013
Eindrapport pilot Nominaal = Normaal bij FSW aan de EUR
Lees verder...
1 januari 2013
Rapporten aanpak Marokkaans-Nederlandse en Antilliaans-Nederlandse risicojongeren 2012
Lees verder...
23 oktober 2012
Onderwijsconferentie2025
Lees verder...
23 oktober 2012
Workshops professionalisering tutoren najaar 2012
Lees verder...
1 juli 2012
Wijkgericht werken
Lees verder...